zondag 21 augustus 2016

David

Het nieuwe schooljaar begint zoals het vorige eindigde: bij meneer De Koninck in de tuin. Het was een grauwe dag maar nu begint de zon langzaamaan terrein te winnen. Het gras in de tuin ruikt op een indringende manier naar de zomer, naar de belofte van een vakantie die alweer voorbij is. Iedereen hier kent elkaar al minstens een jaar, alleen David is voor velen een nieuw gezicht. Hij heeft zich zojuist voorgesteld, met in zijn linkerhand een soort vleesvork en in zijn rechter een wiebelende want veel te zware schaal met hamburgers. Jelmer had hem hiertoe aangezet, het zou tot de onverdeelde aandacht van zijn nieuwe klasgenoten leiden. ‘Vlees, mensen, vlees', riep Jelmer. En weg was hij. Rondom de barbecue verzamelden zich dertig leerlingen, Davids nieuwe klasgenoten. Hij had voorzichtig het woord genomen. Hij noemde zijn naam, twee keer, de eerste keer in het Engels en de tweede keer in het Nederlands. Na een paar zinnen keek hij vragend naar Jelmer – was dit een beetje de bedoeling? Jelmer beantwoordde zijn blik door een overdreven onderkoeld gezicht op te zetten en twee duimen op te steken. David moest erom lachen en daarmee was het ijs gebroken.

‘Nou, ik heb dus een paar jaar in Canada gewoond, nou ja een jaar of nine, ten, I guess. Haha sorry guys, ik krijg niet alle Nederlandse woorden er in één keer uit, en dit zeg ik ook weird, I know. Ik hoop dat jullie het begrijpen. En mijn accent niet al te weird vinden, shit, nou zeg ik weer weird, haha. Mijn vader works in de politics, nu, in Nederland, maar hij heeft hiervoor by the embassy gewerkt, you know, daarom zaten we daar, mijn broertje, mijn moeder, mijn vader en ik. Ik ehm, what can I say, ik kijk vooral uit naar Engelse les, haha. En ik hou van tennis, gamen, Pokémon Go spelen of course. En ik ben goed in barbecueën, dat is de number one hobby van iedere Canadees!’

Het applaus van zijn klasgenoten verandert in luid gejoel als de eerste hamburgers sissend de barbecue bereiken. Jelmer heeft inmiddels de schaal en de vork van David overgenomen en staat met zijn op vakantie verbrande gezicht dicht boven de barbecue. Hem kent David nog van het tennissen. Samen met Jelmer heeft hij in het enige jaar dat hij op tennis zat veel gedubbeld, tijdens trainingen en op de clubkampioenschappen. Soms speelden ze tegen elkaar, na schooltijd. David vond het gezellig samen, maar merkte algauw dat het Jelmer, die één jaar jonger maar veel beter was, daar niet om te doen was. Jelmer was fanatiek, zei ‘yes’ bij elke goede bal en ‘Jeeeezus’ bij een slechte. Jelmer is inmiddels tot de top twintig van Nederland doorgedrongen, heeft een klassering behaald die hem het recht verschaft af en toe een aantal lessen over te slaan, maar David heeft hiervan nog geen benul. Ook weet hij niet dat Nora, met wie hij nu staat te praten, het meisje met de donkere krullen dat tien jaar geleden bij hem op het erf woonde, destijds ook is verhuisd en nu weer bij hem in de buurt woont. Alleen hebben haar krullen plaatsgemaakt voor stijl haar, dat kaarsrecht langs nog precies hetzelfde gezicht valt.

David weet vrijwel niets van de mensen die hem nieuwsgierig omringen, waardoor hij zich, ondanks zijn speech en alle aandacht, enigszins bezwaard voelt hier te zijn, alsof hij zijn plek in de klas nog moet verdienen. Hij kijkt af en toe wat bezorgd om zich heen. Er wordt van alle kanten op allerlei manieren naar hem gekeken. In Canada was dat niet anders, in het begin. Daar had het alleen een heel andere uitwerking op hem. Daar had hij de vanzelfsprekende aantrekkingskracht van een nieuwkomer uit het buitenland gebruikt om zijn energie kwijt te raken. Daar rende hij bij de kennismaking rondjes op het schoolplein, en iedereen rende achter hem aan. Hier is hij geen nieuwkomer, geen echte in ieder geval. De aandacht maakt hem schuchter. Hij voelt zich een indringer, een verrader en bovenal iemand die te laat is. De leerlingen zijn vorig jaar zonder hem een klas geworden. Hij merkt het aan de vertrouwdheid waarmee ze elkaar roepen, voor de gek houden, aanraken. Hij hoort hier niet. David is een onbekende in deze hechte familie. Aan de andere kant heeft hij geen keus: hij hoort hier juíst. Dit is ook zijn klas, klas 5B. Hij moet er maar wennen. Gelukkig is Jelmer er.

‘Dat noem ik een binnenkomst!’ Een man met een gerimpeld gezicht, een verwaaide bos grijze krullen en een afschuwelijke combinatie van zomerkleren aan komt op hem af. David kijkt in de opgewonden ogen van zijn nieuwe mentor. ‘Sorry, meneer, ik had op u moeten wachten, maar het ging allemaal zo snel, en Jelmer…’ ‘Ach, hou op joh, ik ben doof en was bovendien veel te veel bezig met allerlei salades waar niemand van jullie op zitten te wachten. Ik had beter moeten opletten. Zo zie je maar, ik ben net als jullie.’ Er ontsnapt een harde lach uit zijn mond. De oude man, zwetend als Jelmer maar dan zonder barbecue onder zijn neus, slaat een arm om David heen terwijl hij nogmaals zegt dat hij niet stond op te letten. David schrikt: hij is in Canada nooit aangeraakt door een leraar, laat staan omarmd. Het is een warm welkom, absoluut, maar te warm, David merkt dat het hem niet bevalt. Tien jaar geleden was hij dan misschien in staat een nieuwe start te maken, nu niet, of nog niet, hij heeft in ieder geval ineens geen zin meer in vanavond.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten