Het nieuwe schooljaar begint zoals het vorige eindigde: bij meneer De Koninck
in de tuin. Het
was een grauwe dag maar nu begint de zon langzaamaan terrein te winnen. Het gras in de tuin ruikt op
een indringende manier naar de zomer, naar de belofte van een vakantie die
alweer voorbij is. Iedereen hier kent elkaar al minstens een jaar, alleen David
is voor velen een nieuw gezicht. Hij heeft zich zojuist voorgesteld, met in
zijn linkerhand een soort vleesvork en in zijn rechter een wiebelende want veel
te zware schaal met hamburgers. Jelmer had hem hiertoe aangezet, het zou tot de
onverdeelde aandacht van zijn nieuwe klasgenoten leiden. ‘Vlees, mensen, vlees', riep Jelmer. En weg was hij. Rondom de barbecue verzamelden zich dertig leerlingen, Davids nieuwe
klasgenoten. Hij had voorzichtig het woord genomen. Hij noemde zijn naam, twee
keer, de eerste keer in het Engels en de tweede keer in het Nederlands. Na een
paar zinnen keek hij vragend naar Jelmer – was dit een beetje de bedoeling?
Jelmer beantwoordde zijn blik
door een overdreven onderkoeld gezicht op te zetten en twee duimen op te
steken. David moest erom lachen en daarmee was het ijs gebroken.
‘Nou, ik heb
dus een paar jaar in Canada gewoond, nou ja een jaar of nine, ten, I guess.
Haha sorry guys, ik krijg niet alle Nederlandse woorden er in één keer uit, en
dit zeg ik ook weird, I know. Ik hoop dat jullie het begrijpen. En mijn accent
niet al te weird vinden, shit, nou zeg ik weer weird, haha. Mijn vader works in
de politics, nu, in Nederland, maar hij heeft hiervoor by the embassy gewerkt,
you know, daarom zaten we daar, mijn broertje, mijn moeder, mijn vader en ik. Ik ehm, what can I say, ik kijk vooral uit naar Engelse les, haha. En ik
hou van tennis, gamen, Pokémon Go spelen of course. En ik ben goed in
barbecueën, dat is de number one hobby van iedere Canadees!’
Het applaus van zijn klasgenoten verandert
in luid gejoel als de eerste hamburgers sissend de barbecue bereiken. Jelmer
heeft inmiddels de schaal en de vork van David overgenomen en staat met zijn op
vakantie verbrande gezicht dicht boven de barbecue. Hem kent David nog van het
tennissen. Samen met Jelmer heeft hij in het enige jaar dat hij op tennis zat veel
gedubbeld, tijdens trainingen en op de clubkampioenschappen. Soms speelden ze
tegen elkaar, na schooltijd. David vond het gezellig samen, maar merkte algauw
dat het Jelmer, die één jaar jonger maar veel beter was, daar niet om te doen
was. Jelmer was fanatiek, zei ‘yes’ bij elke goede bal en ‘Jeeeezus’ bij een
slechte. Jelmer is inmiddels tot de top twintig van Nederland doorgedrongen, heeft
een klassering behaald die hem het recht verschaft af en toe een aantal lessen
over te slaan, maar David
heeft hiervan nog geen benul. Ook weet hij niet dat Nora, met wie hij nu staat
te praten, het meisje met de donkere krullen dat tien jaar geleden bij hem op
het erf woonde, destijds ook is verhuisd en nu weer bij hem in de buurt woont.
Alleen hebben haar krullen plaatsgemaakt voor stijl haar, dat kaarsrecht
langs nog precies hetzelfde gezicht valt.
David weet
vrijwel niets van de mensen die hem nieuwsgierig omringen, waardoor hij zich,
ondanks zijn speech en alle aandacht, enigszins bezwaard voelt hier te zijn,
alsof hij zijn plek in de klas nog moet verdienen. Hij kijkt af en toe wat
bezorgd om zich heen. Er wordt van alle kanten op allerlei manieren naar hem
gekeken. In Canada was dat niet anders, in het begin. Daar had het alleen een
heel andere uitwerking op hem. Daar had hij de vanzelfsprekende aantrekkingskracht
van een nieuwkomer uit het buitenland gebruikt om zijn energie kwijt te raken.
Daar rende hij bij de kennismaking rondjes op het schoolplein, en iedereen
rende achter hem aan. Hier is hij geen nieuwkomer, geen echte in ieder geval. De aandacht maakt hem schuchter. Hij voelt zich een indringer, een verrader en
bovenal iemand die te laat is. De leerlingen zijn vorig jaar zonder hem een
klas geworden. Hij merkt het aan de vertrouwdheid waarmee ze elkaar roepen,
voor de gek houden, aanraken. Hij hoort hier niet. David is een onbekende in
deze hechte familie. Aan de
andere kant heeft hij geen keus: hij hoort hier juíst. Dit is ook zijn klas, klas
5B. Hij moet er maar wennen. Gelukkig is Jelmer er.
‘Dat noem ik
een binnenkomst!’ Een man met een gerimpeld gezicht, een verwaaide bos grijze
krullen en een afschuwelijke combinatie van zomerkleren aan komt op hem af.
David kijkt in de opgewonden ogen van zijn nieuwe mentor. ‘Sorry, meneer, ik
had op u moeten wachten, maar het ging allemaal zo snel, en Jelmer…’ ‘Ach, hou
op joh, ik ben doof en was bovendien veel te
veel bezig met allerlei salades waar niemand van jullie op zitten te wachten.
Ik had beter moeten opletten. Zo zie je maar, ik ben net als jullie.’ Er ontsnapt een
harde lach uit zijn mond. De oude man, zwetend als Jelmer maar dan zonder
barbecue onder zijn neus, slaat een arm om David heen terwijl hij nogmaals zegt
dat hij niet stond op te letten. David schrikt: hij is in Canada nooit
aangeraakt door een leraar, laat staan omarmd. Het is een warm welkom,
absoluut, maar te warm, David merkt dat het hem niet bevalt. Tien jaar geleden
was hij dan misschien in staat een nieuwe start te maken, nu niet, of nog niet,
hij heeft in ieder geval ineens geen zin meer in vanavond.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten