zondag 28 augustus 2016

Nora

De wekker gaat. Nora is nog lang niet klaar met slapen, maar de wekker gaat nu nog een keer. Blijkbaar heeft ze gesnoozed. Het heeft niets geholpen. Kreunend stapt ze uit het stapelbed. Ze hoort geluiden boven zich. Haar zusje is ook wakker. Sofia doet hetzelfde, maar dan vanaf anderhalve meter hoogte. ‘Muhh’, bromt ze als ze haar oudere zus naast het bed omarmt. ‘Hé zussie’, zegt Nora terug. Ze lacht om de moeheid die hen beiden zo genadeloos in haar greep geeft. Ze blijven een tijdje zo staan. Dan zegt Sofia: ‘Ik ga weer slapen, Noor, goed?’ Ze wacht Nora’s reactie niet af en klimt weer omhoog. ‘Ik ben niet lekker, ik heb geen zin om naar school te gaan.’ Haar stem heeft een gekke trilling, de treden van het oude stapelbed klinken net zo.. Sofia kruipt terug in bed, slaat de dekens over zich heen en vraagt zachtjes: ‘Lieve zus, wil jij mam overhalen, ik wil echt niet naar school.’ Nora trekt haar pyjama recht, zet twee grote passen op de ladder en schuift één been onder de dekens. Het andere trekt ze op, totdat ze vlakbij het verdrietige gezicht van Sofia uitkomt. ‘Hee, Soof, wat is er? Ben je niet gewoon moe? Net als ik? Het is pas de tweede dag. We moeten nog een beetje wennen, snap je, het is nog even moeilijk, dat opstaan. Of is er iets anders?’ Sofia begint te huilen. Ze snikt stilletjes, haar adem schokt. ‘Vertel ‘s, Soof, wat is er? Voel je je niet goed?’ Het blijft even stil. Dan: ‘Nee, ik heb een stomme klas. Of ja, mijn klas gaat nog wel, maar er zitten een paar meisjes in …’

Sofia blijft thuis. Op school aangekomen ziet Nora direct de drie klasgenoten over wie Sofia het had. Het zijn de eerste leerlingen die ze ziet – het zal wel geen toeval zijn. Het valt haar op hoe groot ze zijn, hoe strak ze hun haar in een staart hebben zitten en hoe onverschillig ze kijken. Eén van hen leunt voorover over haar fiets, om hem op slot te zetten. De andere twee hebben dit al gedaan en wachten een paar meter verder bij de trappen van de fietsenstalling tot ze naar binnen kunnen, misschien wel om Sofia op te zoeken. Daar komen nu ook andere leerlingen langs, van boven naar beneden, met hun fiets in de hand, de rem stevig ingedrukt. Nora twijfelt even: ze kan nu die meiden een klap verkopen, gewoon, om meteen iets terug te doen, namens Sofia. Maar ze zou het waarschijnlijk alleen maar erger maken. En ze heeft nog nooit iemand geslagen. Wat kan ze doen? Ze besluit de drie een vuile blik te geven, iets wat vanzelf gaat. Het geeft haar geen voldoening, integendeel, het is een machteloos gebaar. Ze is ten einde raad, voelt de boosheid naar boven komen als ze de meiden passeert, een onaangenaam en onbekend gevoel. Nora, die toch altijd beheerst is, voorkomend, beleefd, is ineens buiten zinnen van woede. Om iets waar ze niets aan kan doen. Althans, nu niet, niet hier. Ze slaat een keer hard op het zadel van een willekeurige fiets en schrikt van de deuk die ze achterlaat. Ze kijkt om zich heen of niemand het gezien heeft.

Samen met David loopt ze de trap op naar lokaal 2.01, op de tweede verdieping, waar ze het eerste uur les heeft: Frans. Mevrouw Kusters is te laat – van klasgenoten die haar in de onderbouw al hadden hoorde ze dat dat nog vaker gaat gebeuren. Ze gaan aan een tafel zitten vlakbij het lokaal, tegenover de lift. Naast hen zitten twee leerlingen uit de eerste klas, Nora kent ze niet. De jochies hebben het eerste uur vrij, hoort ze, maar dat wisten ze niet, omdat ze nog niet in Magister konden. Dat was niet chill. Nora glimlacht en mompelt – tegen wie eigenlijk? – dat het altijd nog beter is dan het eerste uur Frans. David heeft het niet gehoord. Hij groette Roan, die voorbij liep en zei nog iets, maar die boodschap stierf weg in het kabaal op de gang. Nu kijkt hij haar aan, bezorgd, alsof er iets met haar aan de hand is. Hij zegt niets. Nora durft niets te zeggen. Hij heeft het vast gezien, in de kelder. Of van iemand gehoord misschien. David zegt nog steeds niets. Zij ook niet, maar ze voelt dat ze wat uit te leggen heeft. Gek genoeg vindt ze ook dat David recht heeft op het hele verhaal, het verhaal dat hem niets aangaat maar dat hij haar ontlokt, door zo naar haar te blijven kijken. En daarom vertelt ze het, in één ademteug herhaalt ze wat ze deze ochtend van haar zusje heeft gehoord. Ze fluistert en spreekt sommige woorden nauwelijks uit, omdat ze het kwijt wil, zo snel mogelijk. Dan hoort ze even niets, behalve de eersteklassers die hun spullen pakken en de trap weer aflopen.

‘Ik wist that… dat het iets ergs moest zijn, you know, ik ken je niet goed meer, maar ik wist dat je altijd rustig was, beheerst. Niet like that, in de kelder.’ Davids stem is warm en hij praat veel zachter dan een paar dagen eerder in de tuin van meneer De Koninck. Hij kijkt haar onophoudelijk aan, maar zijn blik is nu iets veranderd. Hij lacht een beetje, zijn ogen nemen haar mee. ‘Ik was altijd wat drukker, niet waar? Ik sloeg zo vaak tegen dingen aan.’ David kijkt grinnikend naar de vloer. Nora lacht. Ze kan zich nog goed herinneren hoe ontgoocheld ze was toen ze hoorde dat David naar een ander land zou verhuizen. Ze was ontroostbaar, waar ze zelf net zo weinig van begreep als haar moeder, die slechts één keer thee had ingeschonken voor David, en hem verder nooit meer had gezien. ‘Kan je nog wel schrijven, denk je?’ vraagt hij plotseling, zijn ogen wijd open, terwijl hij met beide armen naar een enorme stapel werkboeken wijst waarachter een aansnellende mevrouw Kusters schuilgaat.

De les begint tien minuten te laat. Mevrouw Kusters, die zich Thea laat noemen, schudt met haar halflange, grijze haar. ‘Even de laatste regendruppels eruit schudden hoor’, verontschuldigt ze zich. Ze heeft zich de eerste minuten enkel nog verontschuldigd. Haar man had zijn auto in de garage gezet en daarbij haar geparkeerde fiets klemgereden. Toen ze hem eenmaal bevrijd had, waren er vijftien kostbare minuten verstreken. ‘En ik vind het al zo’n klus, om zo vroeg op school te zijn. Sorry hoor, jongens, geen goed begin, ik weet het.’ Maar het fietsen hielp haar om wakker te worden. Anders had ze wel de bus genomen. Bovendien had de dokter het een goed idee gevonden, nadat ze vorig jaar last van haar gewrichten had gekregen. Mevrouw Kusters is de enige nieuwe docent voor klas 5B. Leerlingen weten nog niet wat ze van haar moeten denken. De les verloopt rommelig. Alisha wil zich niet in het Frans voorstellen, dat kan ze niet. Roan, Pieter en Jelmer sluiten zich bij haar aan. Nora stelt zich na een half uur als tiende voor, en dan moeten er nog 21. Ze vertelt dat ze graag kookt, dat ze in de leukste buurt in de stad woont – waarbij ze voorzichtig lachend naar David kijkt die er niets van lijkt te begrijpen – en dat haar moeder hier ook op school werkt. Ze zegt niet dat ze zou willen dat haar moeder ergens anders werkte. Of dat ze meer geld zouden hebben thuis, zodat ze bijvoorbeeld voor Sofia een mobieltje konden kopen. Misschien was dit dan allemaal nooit gebeurd. Ook zwijgt ze over haar vader, die ze al bijna tien jaar niet meer heeft gezien. Ze zucht alleen nog en Mevrouw Kusters wijst de volgende leerling aan. Maar Nora is nog niet klaar. Haar stem blijft even steken. Dan maar in het Nederlands: ‘En ik heb een zusje, Sofia, en ik ben heel erg trots op haar.’

Geen opmerkingen:

Een reactie posten