Carlos was een nieuwsgierige peuter in een nieuwe omgeving
die hij zo snel mogelijk wilde leren kennen. Dit resulteerde een paar weken
voor zijn zesde verjaardag in de overgang van groep 1 naar groep 3. Carlos
wilde de taal leren die hij al kende maar nog niet sprak. Hij weet nog dat hij
van zijn vader en moeder boekjes cadeau kreeg om in groep 3 met zijn
klasgenoten te lezen, in de leeshoek, die hij toen alleen nog kende uit
verhalen van zijn overbuurjongen Stan. Stan bracht zijn tijd het liefst door in
de bouwhoek, waar hij huizen bouwde voor zijn juf, zodat zij op school kon
komen wonen. Toen Carlos naar de middelbare school ging was hij net elf
geworden. Hij was klein van stuk, ook in het voetbalteam was hij een kop kleiner
dan zijn leeftijdsgenoten. Toch schrikte het vooruitzicht van een nieuwe school
met oudere, grotere leerlingen Carlos niet af. Hij had zin om te beginnen, hij
zou zich vast wel aanpassen, zoals hij al zo vaak had gedaan.
Toen hij twee jaar was kwam hij uit Colombia naar Nederland.
Zijn ouders hadden de bed and breakfast overgenomen van zijn moeders zus, Manuela.
Zij had in één van haar spaarzame bezoeken aan Bogotá een Nederlandse man ontmoet
en was met hem meegegaan. Hij had een eigen boerderij in een klein dorp in
Nederland en Manuela begon daar een bed and breakfast; aanvankelijk uit
verveling, maar de verveling veranderde al gauw in een enorme toewijding. Haar
man, Peter, overleed niet lang daarna aan een hartstilstand. Hij was buiten aan
het werk toen het plotseling gebeurde. Daarna heeft Manuela het nog jaren alleen
volgehouden. Ze weigerde de hulp van anderen in te schakelen of aan te nemen.
Haar boerderij was heilige grond geworden, die ze enkel met gasten wilde delen.
Totdat ze ziek werd, kanker kreeg, en moest toezien hoe iedereen zich ermee
ging bemoeien.
Carlos’ ouders hadden het niet breed in Colombia. Hij heeft
er zelf nooit wat van gemerkt, maar het schijnt dat ze soms een dag niets te
eten hadden. Toen ze in Nederland kwamen zijn ze bij tante Manuela op de
boerderij gaan wonen, om deze te beschermen en om voor haar te zorgen. Carlos
was te jong om zich bewust te zijn van de veranderde omgeving. Bovendien was
het een vrij eenvoudig dorp, van genoeg maar lang niet alle gemakken voorzien.
Met een beetje fantasie leek het op Colombia. Ze voelden zich hier gauw thuis. In
de veertien jaar die volgden, is de boerderij twee keer verbouwd, totdat hij
groot genoeg was om de steeds groter wordende stroom gasten onderdak te bieden.
Tante Manuela overleed kort nadat ze zag dat haar project goede handen was.
Luirink komt uit hetzelfde dorp als Carlos. Ze komen elkaar
wel eens tegen in het bos, als ze hun hond uitlaten. Dit uur hebben ze les van
Luirink, economie. Op de derde verdieping is het warm. De septemberzon weet dit
jaar van geen wijken en brandt genadeloos door de vele ramen in het lokaal. Bijna
iedereen is bezig met een opdracht, in tweetallen. Carlos zit vooraan, waar hij
vaak zit, omdat hij anders weinig ziet. Naast hem zit Siem, zijn beste vriend.
Siem is de een na kleinste van de klas, maar dat is niet de enige reden dat ze
bevriend zijn. Siem is net als Carlos nog niet bezig met zaken als meisjes,
rijbewijs, alcohol en bijbaantjes. En Siem kan net als Carlos ontzettend goed
voetballen. Ze zijn beiden de beste uit hun team, respectievelijk de B1 en C1. Carlos
kijkt altijd een beetje tegen Siem op, die ook nog eens hoge cijfers haalt voor
de meeste vakken.
Hij weet niet waarom, maar Carlos heeft al een tijdje het
gevoel dat alles elk moment kan veranderen, zoals dat bij sommige klasgenoten
ook gebeurd is. Kijk naar Jim, of Lars, die niet zo lang geleden nog goede
vrienden van hem waren. Zij zijn niet meer geïnteresseerd in hem, kijken liever
de hele dag met open mond naar Esmée, Diede of Nina. Zolang het nog kan, houdt Carlos
vast aan zijn onbezorgde leven, aan zijn eindeloze voetbalavonden en aan de
boerderij. Carlos vindt het heerlijk om thuis te komen en zijn vader te helpen
op het land. Of aan te schuiven aan een lange tafel vol met mensen die bij hen
op bezoek zijn. Als de gasten naar de omgeving vragen, zijn het niet zijn
ouders die antwoord geven, maar is het Carlos die dat doet. Door te vertellen
over de akkers grenzend aan hun tuin, de weilanden, de sloop van de boerderij
verderop in de straat en de dieren die ze van de boer hebben overgenomen. ‘Hij
kwam ze gewoon brengen, we hoefden alleen maar de poort open te doen’, zegt
Carlos dan, hopend op verraste of geschokte reacties. Op dinsdag en donderdag wordt
zijn verhaal steevast onderbroken door Simon, die hem komt halen voor de
training van de B1. Carlos hoopt vurig op een definitieve overgang van de C1
naar de B1, zodat hij ook wedstrijden kan spelen, met Siem en de anderen. Dat
kan nu toch niet lang meer duren.