Nina is jarig. Zoals elk jaar is ze de eerste uit de klas die
jarig is. In het lokaal van meneer Van Ham staan haar vriendinnen direct op als
ze binnenkomt. ‘Nina, je bent jarig!’ ‘Nien, gefeliciteerd, ik had je al geappt
maar dat telt niet’, Gefeliciteerd, lieverd!’ Ze kleven zich vast aan Nina’s
nieuwe kleren, die ze gisteren met zijn vieren hebben uitgezocht. Diede had
toen verteld dat haar ouders gingen scheiden, dat was voor alle vier een enorme
verrassing. ‘Ik ga even zitten, oké?’ Zegt Nina. ‘Thanks hoor, maar het is oké
zo, straks gaan ze nog voor me zingen.’ Met ‘ze’ bedoelt ze de leerlingen uit
de klas, de andere 27, die het hysterische tafereel op allerlei manieren aan
zich voorbij laten gaan.
Het is tien uur als Nina eindelijk kan gaan zitten. De
meeste leerlingen wachten met hun telefoon in hun hand tot Van Ham hen opdraagt
deze weg te leggen. Het is de tweede les met Van Ham, maar de klas kent hem nog
van vorig jaar. Hij kan ermee door, hij is een beetje sloom, alhoewel: soms wordt
hij uit het niets heel boos. Jelmer en
Sam 1 – Sam Alders – Nina, Diede, Dilal en Esmée zijn nog aan het praten. Diede
ziet er moe uit. Nina durft het niet te zeggen, Esmée wel, zij durft alles.
‘Jij hebt anders ook wallen tot de grond’, krijgt ze terug. ‘Daar weet Roan
alles van’, grijnst Esmée, en ze kijkt verlangend naar haar vriendje aan de
andere kant van de klas. Het gevolg is een enorme lachbui van Dilal, daarna één
van Diede en niet veel later zijn ook Esmée en Nina aan de beurt. Voor Van Ham
is het gelach gek genoeg het juiste moment om de les te starten. ‘Oké, dag allemaal’,
roept hij, ‘pak je boek erbij en sla ‘m open op ehh, pagina veertien, we gaan
kijken naar de werkwoordstijden.’ Nina voelt iets in haar rug, iets hards. Als
ze omkijkt, ziet ze de gekafte punt van een boek. En ze ziet Nora, van wie het
boek is. Nora biedt direct haar excuses aan. Nina lacht geforceerd, kijkt weer
voor zich en zegt zacht: ‘Au, dat deed dus pijn, stomme stuud.’ Het is ook
altijd hetzelfde met haar. Nora heeft haar boeken al opengeslagen voordat ze aan
tafel zit en is al begonnen met het huiswerk voordat het door de docent is
opgegeven. Ook nu weer. En dat ze zo ijverig is moet ze zelf weten, maar ze
trekt ermee de aandacht van alle docenten. Ze heeft altijd wel een vraag of een
irritante, uitsloverige opmerking, zodat Nina vaak minutenlang in de schaduw
zit van een over de tafel van Nora gebogen docent. En dan kan ze niets doen,
niets sturen, geen appjes naar Tom, dat ze hem mist en waar ze elkaar zien in
de pauze.
In de pauze zit Nina op hem te wachten. Deze keer is Tom
degene die niet heeft geappt. Misschien had hij net les van Tielemans, ze kent
zijn rooster nog niet uit haar hoofd. Of misschien was zijn batterij wel
leeg. Maar waarvan? Niet van het appen, hij heeft nog niets laten horen
vandaag, op haar verjaardag nota bene. Nina maakt zich zorgen. Zou hij haar
verjaardag vergeten zijn? Of zou hij misschien met iemand anders pauze houden
nu? Met een ander meisje? Misschien is hij wel ziek. Had ze dat moeten weten?
Had ze het hem moeten appen: ‘Ik heb nog niets van je gehoord, dus je zal wel
ziek zijn’? Net als Nina verstrikt dreigt te raken in haar eigen op hol
geslagen gedachtes, voelt ze twee warme handen om haar voorhoofd en ogen. Tom.
Haar adem stokt heel even. ‘Je mag je ogen pas weer open doen als ik het zeg’.
Hij duwt haar een stukje vooruit, richting het schoolgebouw denkt ze, maar ze
weet het niet zeker. Ze gehoorzaamt, blij dat ze verlost is van haar eigen
doemdenken en verrast wordt door de jongen die ze bijna niet meer vertrouwde,
maar nu meer dan ooit.
Het vierde uur, aansluitend aan de pauze, begint een bekend
nummer, van The Stones of The Beatles of Bruce Spring… nog iets, of zo’n andere
band van vroeger. Nina heeft het thuis wel eens gehoord, haar vader is er nogal
dol op. Ze moet ineens aan hem denken en aan zijn werk, de reden dat hij er
vanavond niet bij is als ze haar verjaardag vieren. Nina vraagt zich af met wie
De Koninck zijn verjaardag zou vieren; het is een rare gedachte. ‘Mooi hè’, zegt
haar mentor als het nummer eindelijk afgelopen is. David roept ‘jaaaa’ en Roan
‘zeker weten, meneer’, Lars en Ahmed geven antwoord door hun vingers voorzichtig
weer uit hun oren te halen, Esmée zucht en Nina lacht: ‘Nee, meneer, dit is
voor ouwelullen. Niet om aan te horen, zo saai.’ Ze kijkt lachend opzij naar
Diede die hetzelfde doet in de richting van Esmée en Dilal. Dilal heeft haar
handen voor haar mond geslagen: zij zou zoiets nooit durven zeggen. ‘Dat ga ik
je haarfijn uitleggen, Nina, bedankt dus voor deze zeer relevante vraag.’ ‘Wat
is relevant?’ vraagt Jelmer meteen. ‘Ja, meneer, wilt u niet van die moeilijke
woorden gebruiken? We zijn 5v, niet 15v’, vult Sam 2 aan. De Koninck kijkt met
een moeilijk gezicht de klas in. ‘Wie geeft jullie Nederlands?’ Langzaam krijgt
zijn gezicht karikaturale trekken, iets wat hem zo leuk maakt. ‘mevrouw Diks’,
zeggen Sam 2, Jelmer, Nina en Nora tegelijk. ‘Dan ligt het aan jullie’, zegt De
Koninck, en hij lacht zo hard dat zijn stem overslaat. ‘Relevant is belangrijk,
geschiedenis is belangrijk en muziek is belangrijk in de geschiedenis. Tot
zover de uitleg, we gaan beginnen. We hebben weinig tijd, ik wil ook nog wat
mentorzaken bespreken.’
‘Ik weet niet hoe het nu verder moet hoor’, zegt Diede. Haar
wangen zijn betraand, haar ogen klein en rood. Ze zitten met zijn drieën op de
schommels in de tuin van Esmeé. Ze schommelen nauwelijks, maar praten volop. ‘Weet
je, ik zou het liefst bij jullie wonen, maar dat zal wel niet gaan, denk ik.’
Ze kijkt Nina en Esmée wanhopig aan. ‘Ik wil in ieder geval echt niet meer naar
huis, dat weet ik zeker.’ ‘Lieve Died,’ zegt Nina, ‘je mag altijd bij ons
komen wonen, graag zelfs, maar dat wil je vast niet, we hebben maar een klein
huis en geen schommels enzo.’ Diede moet lachen en tijdens het lachen huilt ze.
‘Da’s lief, en ik vind je huis heel gezellig hoor, dus kijk uit wat je zegt.’
Ze dept met een zakdoekje de tranen weg en knijpt met haar vrije hand in die
van Nina. ‘We kunnen dan heel vaak op stap en dan met zijn drie… eh… vieren bij
jou crashen.’ – Dilal hoort er pas net bij ze moeten er allemaal nog een beetje
aan wennen. Toch voelde het meteen goed, vooral omdat Dilal zo haar best doet
steeds, zo attent is. Ze had Nina vannacht om twaalf uur als eerste
gefeliciteerd. ‘We hebben toch maar twee keer het eerste uur les. En die
skippen we dan gewoon’, vervolgt Diede. ‘Hè buh, ik zou willen dat ik er zin in had,
in uitgaan en dat soort dingen, maar...’ In haar ogen hopen de tranen zich weer
op. Ze maakt haar zin niet af. ‘Daar gaan we gewoon voor zorgen, Diede, toch?’,
klinkt het vanuit de openstaande schuifpui. Dilal heeft haar jas sinds school
niet meer uitgedaan, ook niet bij haar opa en oma, waar ze een half uur mokkend
voor zich uit heeft gekeken, voordat ze eindelijk weg mocht. ‘Maar eerst moét
ik weten wat de verrassing van Tom was!’ ‘Oh, Dilal, je bent er!’ Diedes
stemming slaat even helemaal om. ‘Ik dacht dat … Wat gezellig, en wat fijn!
Nien heeft het allermooiste cadeau ooit gekregen, serieus, het lag in haar
kluisje en de rest moet ze zelf maar vertellen.’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten