Hij zit aan het raam. Naast hem zit David, de nieuwe jongen
uit Canada. Door het hoge raam, dat aan hun kant open staat, kijkt Sam van drie
hoog uit op het schoolplein. Daar is zijn broer Jasper, met zijn vrienden van
wie Sam de namen nog steeds niet allemaal kent. Eén van hen heet Sjors. Hij is
de langste, heeft een groot hoofd met weinig haar en een grove huid met putten
erin. Sjors heeft als enige in de gaten had dat ze worden bekeken, door Sam en
nu ook door David.
‘Hee, gasten, kijk eens naar onze toeschouwers. Jasper, je
broertje probeert af te kijken volgens mij. Hij wil onze swag stelen, ik zweer
het je.’ Sjors trekt zijn mond in een grijns zo breed dat zelfs Sam hem kan
zien. Jasper, zijn twee jaar oudere broer – in de vijfde klas blijven zitten –,
draait zich langzaam om, in de hoop dat Sjors zal zeggen dat het niet waar is,
dat het iemand anders is, of niemand. Maar hij ziet al snel de bekende
krullenkop achter het raam. Het is Sam. En een onbekende jongen, een nieuwe
vriend van hem zeker. Jasper gaat op één van de muurtjes staan en roept: ‘Ga
weg daar! Ga iemand anders bespieden. Of moet ik het soms aan pap vertellen,
dat je weer eens niet aan het werk was in de les? Zal ie niet leuk vinden denk
ik!’ Zijn stem klinkt schor van al het roken.
Sam zegt niets terug, behalve ‘teringlijer’, heel zacht.
‘Pardon, monsieur Van de Heuvel? Mevrouw Kusters kijkt nijdig zijn kant op en voegt
er in het Frans nog iets aan toe wat Sam niet begrijpt; het klinkt belerend,
zoals meneer De Koninck gisteren ook had geklonken. Sam sluit het raam en kijkt
wazig voor zich uit. ‘Je m’excuse’, mompelt hij. Hij voelt zich als een
afgerichte hond. Hij mag niks meer. Iedereen zit erbovenop de laatste tijd. En
waarom? Het is Jasper die steeds in de problemen komt, niet hij. Maar dat gaat
er bij zijn ouders gek genoeg niet in. Zijn moeder had nog voor de eerste
schooldag naar school gebeld en gevraagd of hun mentor, meneer De Koninck, extra
op hem wilde letten. Toen die had gezegd dat dat voor zich sprak, had ze eraan
toegevoegd: ‘Sam is veranderd, hij is dwars en druk en moeilijk benaderbaar. Je
zal hem niet herkennen, let maar op.’ Sam had het gesprek woord voor woord
gevolgd. Daarna was niets meer hetzelfde.
Tijdens het laatste uur, wiskunde van meneer Marres, zit
David ineens naast Nora. Er speelt wat tussen die twee, dat is voor iedereen
duidelijk. Nu lijken ze er zelf ook geen geheim meer van te maken. Sam vindt ze
wel bij elkaar passen, maar hij is hier niet blij mee. De leerlingen mogen elke
les zelf bepalen naast wie ze gaan zitten. Behalve hij. Sam mag niet meer naast
Jelmer zitten of naast Jim, Roan of Sam 2. Het was een idee van meneer De
Koninck, maar Sam wist beter: het was door zijn ouders ingegeven. De Koninck
kennende zou hij dit nog wel een keer toegeven. Hoe dan ook, alle docenten
hadden een mail ontvangen en vandaag was de eerste dag waarop Sams keuzes
beperkt waren. En nu kon hij ook niet naast David zitten, die op hem een
neutrale, vriendelijke indruk had gemaakt. Sam besluit weer aan de raamkant te
gaan zitten, achterin. Hij merkt vanzelf wel wie er aanschuift. Met tegenzin laat
hij zijn tas van zijn schouders glijden. ‘Oh, niks ervan, Sam Straal.’ Achter
hem doemt de grote, brede gestalte van meneer Marres op. ‘Jou wil ik vooraan
hebben.’
‘Hoi’, zegt Farouk. Sam kijkt op van de tas waaruit hij zijn
(principieel) niet gekafte wiskundeboek tevoorschijn haalt. ‘Hoi’, zegt hij terug,
terwijl hij zich realiseert dat zijn boosheid doorklinkt in zijn reactie.
‘Waarom moet je hele tijd ergens anders zitten?’ Sam kijkt op van de directheid.
Farouk was hem vorig jaar nooit zo opgevallen. Sam weet nog dat hij een keer
heel erg misselijk werd toen ze bij bio een vis ontleedden. Hij had toen in het
lokaal overgegeven. Sindsdien zat Farouk alleen. Of soms nog naast Dilal, met wie
hij lange tijd verkering had maar sinds de zomer niet meer. Farouk is heel
verlegen, althans, dat dacht Sam. ‘Is het omdat De Koninck vindt dat je te druk
bent?’ Sams verbazing neemt toe. Hoe weet Farouk van De Koninck? Die had het
Sam toch na de les verteld, in vertrouwen, zoals hij het noemde? Sam kijkt naar
de grond, terwijl hij zich op de stoel laat vallen. ‘Ik weet het niet, ze moeten
me gewoon hebben, denk ik.’ ‘Mag je niet meer naast Jelmer zitten, of Roan
ofzo?’ ‘Nee.’ ‘Maar waarom niet dan?’ ‘Omdat ze me druk vinden inderdaad.’ ‘Wie
is ze? De docenten?’ ‘Nee, mijn ouders. Ik ben getest op ADHD. Nou ja, ik eh,
ik héb ADHD. En nu is er ineens vanalles veranderd. En nu ben ik te druk,
lekker dan.’ ‘ADHD? Slik je medicijnen?’ ‘Ja, sinds kort.’ ‘Word je daar dan slomer
van?’ ‘Ja, soms, maar ze werken niet altijd. Nu niet bijvoorbeeld.’ Sam schudt
met zijn benen en lacht. ‘Kijk maar.’ Farouk lacht ook, maar niet lang: ‘En eh,
nu moet je hier zitten? Naast mij? Omdat het niet anders kan?’ Sam schrikt. ‘Nee,
nee, zo zit het niet.’ Hij probeert het geloofwaardig te laten klinken, hij wil
het zelf ook graag geloven.
In de aula is het opvallend druk. Sam loopt langs leerlingen
die in groepjes aan het werk zijn. Ze zitten aan de tafels waaraan normaal
gesproken gegeten wordt of geappt, gekletst, gepokemond, gelachen. ‘Het is
pws-dag’, zegt Farouk. Hij heeft hem ingehaald en kijkt over zijn schouder naar
Sam terwijl hij zijn pas verder versnelt. ‘Mijn zus zit daar’, en hij wijst
naar een tafel waar zeker acht leerlingen aan zitten. Dan draait hij zich
ineens om. ‘Zie je wie het is? Ze lijkt wel een beetje op mij, vind ik.’ Sam
kijkt geconcentreerd naar de tafel. Op de een of andere manier heeft hij het
gevoel dat er veel van deze vraag afhangt. Farouk gunt hem weinig tijd.
‘Succes, zus!’ roept hij. Verschrikt kijken de leerlingen op van hun werk. Ook
de zus van Farouk, Laila, over wie Sam op weg naar huis veel te weten komt,
heeft het gehoord. Ze is lang en haar gezicht is smal en haar ogen zijn groot
en donker. ‘Ssst, je zet me voor schut, Farouk’, sist ze. ‘Je bent uit, toch?
Vuile mazzelaar.’ Dan lacht ze naar Farouk en naar Sam. ‘Ja, het is goed, we
gaan al, zegt Sam’, terwijl hij zich realiseert dat Farouk de eerste is die hij
heeft verteld over zijn ADHD.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten