zondag 11 september 2016

Sam 1

Hij zit aan het raam. Naast hem zit David, de nieuwe jongen uit Canada. Door het hoge raam, dat aan hun kant open staat, kijkt Sam van drie hoog uit op het schoolplein. Daar is zijn broer Jasper, met zijn vrienden van wie Sam de namen nog steeds niet allemaal kent. Eén van hen heet Sjors. Hij is de langste, heeft een groot hoofd met weinig haar en een grove huid met putten erin. Sjors heeft als enige in de gaten had dat ze worden bekeken, door Sam en nu ook door David.

‘Hee, gasten, kijk eens naar onze toeschouwers. Jasper, je broertje probeert af te kijken volgens mij. Hij wil onze swag stelen, ik zweer het je.’ Sjors trekt zijn mond in een grijns zo breed dat zelfs Sam hem kan zien. Jasper, zijn twee jaar oudere broer – in de vijfde klas blijven zitten –, draait zich langzaam om, in de hoop dat Sjors zal zeggen dat het niet waar is, dat het iemand anders is, of niemand. Maar hij ziet al snel de bekende krullenkop achter het raam. Het is Sam. En een onbekende jongen, een nieuwe vriend van hem zeker. Jasper gaat op één van de muurtjes staan en roept: ‘Ga weg daar! Ga iemand anders bespieden. Of moet ik het soms aan pap vertellen, dat je weer eens niet aan het werk was in de les? Zal ie niet leuk vinden denk ik!’ Zijn stem klinkt schor van al het roken.

Sam zegt niets terug, behalve ‘teringlijer’, heel zacht. ‘Pardon, monsieur Van de Heuvel? Mevrouw Kusters kijkt nijdig zijn kant op en voegt er in het Frans nog iets aan toe wat Sam niet begrijpt; het klinkt belerend, zoals meneer De Koninck gisteren ook had geklonken. Sam sluit het raam en kijkt wazig voor zich uit. ‘Je m’excuse’, mompelt hij. Hij voelt zich als een afgerichte hond. Hij mag niks meer. Iedereen zit erbovenop de laatste tijd. En waarom? Het is Jasper die steeds in de problemen komt, niet hij. Maar dat gaat er bij zijn ouders gek genoeg niet in. Zijn moeder had nog voor de eerste schooldag naar school gebeld en gevraagd of hun mentor, meneer De Koninck, extra op hem wilde letten. Toen die had gezegd dat dat voor zich sprak, had ze eraan toegevoegd: ‘Sam is veranderd, hij is dwars en druk en moeilijk benaderbaar. Je zal hem niet herkennen, let maar op.’ Sam had het gesprek woord voor woord gevolgd. Daarna was niets meer hetzelfde.

Tijdens het laatste uur, wiskunde van meneer Marres, zit David ineens naast Nora. Er speelt wat tussen die twee, dat is voor iedereen duidelijk. Nu lijken ze er zelf ook geen geheim meer van te maken. Sam vindt ze wel bij elkaar passen, maar hij is hier niet blij mee. De leerlingen mogen elke les zelf bepalen naast wie ze gaan zitten. Behalve hij. Sam mag niet meer naast Jelmer zitten of naast Jim, Roan of Sam 2. Het was een idee van meneer De Koninck, maar Sam wist beter: het was door zijn ouders ingegeven. De Koninck kennende zou hij dit nog wel een keer toegeven. Hoe dan ook, alle docenten hadden een mail ontvangen en vandaag was de eerste dag waarop Sams keuzes beperkt waren. En nu kon hij ook niet naast David zitten, die op hem een neutrale, vriendelijke indruk had gemaakt. Sam besluit weer aan de raamkant te gaan zitten, achterin. Hij merkt vanzelf wel wie er aanschuift. Met tegenzin laat hij zijn tas van zijn schouders glijden. ‘Oh, niks ervan, Sam Straal.’ Achter hem doemt de grote, brede gestalte van meneer Marres op. ‘Jou wil ik vooraan hebben.’

‘Hoi’, zegt Farouk. Sam kijkt op van de tas waaruit hij zijn (principieel) niet gekafte wiskundeboek tevoorschijn haalt. ‘Hoi’, zegt hij terug, terwijl hij zich realiseert dat zijn boosheid doorklinkt in zijn reactie. ‘Waarom moet je hele tijd ergens anders zitten?’ Sam kijkt op van de directheid. Farouk was hem vorig jaar nooit zo opgevallen. Sam weet nog dat hij een keer heel erg misselijk werd toen ze bij bio een vis ontleedden. Hij had toen in het lokaal overgegeven. Sindsdien zat Farouk alleen. Of soms nog naast Dilal, met wie hij lange tijd verkering had maar sinds de zomer niet meer. Farouk is heel verlegen, althans, dat dacht Sam. ‘Is het omdat De Koninck vindt dat je te druk bent?’ Sams verbazing neemt toe. Hoe weet Farouk van De Koninck? Die had het Sam toch na de les verteld, in vertrouwen, zoals hij het noemde? Sam kijkt naar de grond, terwijl hij zich op de stoel laat vallen. ‘Ik weet het niet, ze moeten me gewoon hebben, denk ik.’ ‘Mag je niet meer naast Jelmer zitten, of Roan ofzo?’ ‘Nee.’ ‘Maar waarom niet dan?’ ‘Omdat ze me druk vinden inderdaad.’ ‘Wie is ze? De docenten?’ ‘Nee, mijn ouders. Ik ben getest op ADHD. Nou ja, ik eh, ik héb ADHD. En nu is er ineens vanalles veranderd. En nu ben ik te druk, lekker dan.’ ‘ADHD? Slik je medicijnen?’ ‘Ja, sinds kort.’ ‘Word je daar dan slomer van?’ ‘Ja, soms, maar ze werken niet altijd. Nu niet bijvoorbeeld.’ Sam schudt met zijn benen en lacht. ‘Kijk maar.’ Farouk lacht ook, maar niet lang: ‘En eh, nu moet je hier zitten? Naast mij? Omdat het niet anders kan?’ Sam schrikt. ‘Nee, nee, zo zit het niet.’ Hij probeert het geloofwaardig te laten klinken, hij wil het zelf ook graag geloven.

In de aula is het opvallend druk. Sam loopt langs leerlingen die in groepjes aan het werk zijn. Ze zitten aan de tafels waaraan normaal gesproken gegeten wordt of geappt, gekletst, gepokemond, gelachen. ‘Het is pws-dag’, zegt Farouk. Hij heeft hem ingehaald en kijkt over zijn schouder naar Sam terwijl hij zijn pas verder versnelt. ‘Mijn zus zit daar’, en hij wijst naar een tafel waar zeker acht leerlingen aan zitten. Dan draait hij zich ineens om. ‘Zie je wie het is? Ze lijkt wel een beetje op mij, vind ik.’ Sam kijkt geconcentreerd naar de tafel. Op de een of andere manier heeft hij het gevoel dat er veel van deze vraag afhangt. Farouk gunt hem weinig tijd. ‘Succes, zus!’ roept hij. Verschrikt kijken de leerlingen op van hun werk. Ook de zus van Farouk, Laila, over wie Sam op weg naar huis veel te weten komt, heeft het gehoord. Ze is lang en haar gezicht is smal en haar ogen zijn groot en donker. ‘Ssst, je zet me voor schut, Farouk’, sist ze. ‘Je bent uit, toch? Vuile mazzelaar.’ Dan lacht ze naar Farouk en naar Sam. ‘Ja, het is goed, we gaan al, zegt Sam’, terwijl hij zich realiseert dat Farouk de eerste is die hij heeft verteld over zijn ADHD.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten